Willem Abma

gesprekstherapeut

Afwijzing

Afwijzing is een begrip dat onlosmakelijk met ieders leven is verbonden. Hoe de afwijzing in ons functioneren doorwerkt, staan we evenwel nauwelijks bij stil. Toch geldt ook hier dat wat meer inzicht vaak onnodige problemen doet voorkomen.

 

Dat afwijzing niemand bespaard blijft, kunnen we dagelijks in de media lezen en horen. In het bekende programma Pauw en Witteman kwam laatst een vrouw van in de zestig aan het woord, die haar hele leven lang op wrede wijze door haar moeder was afgewezen omdat niet bekend mocht worden dat ze een dochter was van haar bloedeigen moeder. Zelf word ik meerdere malen geconfronteerd met mensen die zich van jongsaf afgewezen voelen. Als gevolg daarvan behoren ze over het algemeen niet tot de levenslustigsten die er op deze aardbodem rondlopen.

 

In tegenstelling tot de afwijzing voor een examen of tentamen, of voor een bepaalde functie, brengt een langdurige afwijzing door een ouder van een kind vrijwel altijd emotionele schade teweeg. Waarom dat zo is, wil ik in het onderstaande proberen uit te leggen. Ooit las ik een artikel met de intrigerende titel' De mens als zuigeling'. Beschreven werd hoe in dat prille stadium van zijn leven de mens eerst en vooral een driftwezentje is. We worden in die zeer vroege levensfase beheerst door driftmatige reflexen en impulsen. Let maar eens op hoe een zuigeling reageert op de nabijheid van tepel of speen en meer algemeen op de lichaamswarmte van de moeder. Hoe ontroerend en prachtig dat ook is, zo blijven kan het natuurlijk niet. Geleidelijk aan dient driftmatigheid plaats te maken voor aanpassing aan de opvoedingseisen van de ouders en de naaste omgeving. Daarvan vormt de zindelijkheidstraining een voorbeeld. Hoe zachtaardig en liefdevol ons ook geleerd wordt op geëigende tijd en plaats onze behoeften te doen, er zit een element van afwijzing in waar we onze aangeboren driftmatigheid moeten opgeven om aan de opvoedingseisen van de ouders te kunnen voldoen. Dit soort afwijzing is natuurlijk niet te vermijden en is ook niet erg omdat aanpassing een noodzakelijk bestanddeel vormt van onze levensloop. Opgevoed worden betekent een, als het goed is, gezonde afwisseling van aanvaarding en afwijzing; of van goedkeuring en afkeuring; of een evenwichtige balans tussen beloning en straf.

 

Uit het voorgaande mag blijken dat afwijzing in dit verband een begrip is met een ruimere inhoud dan gewoonlijk het geval is. Om dat duidelijk te maken het volgende. Een klein kind ervaart niet bewust, maar ondergaat d.w.z. het zuigt de indrukken in zich op als een spons. Als we erkennen dat koestering ( zoiets als warmte, veiligheid en geborgenheid) voor de emotionele ontwikkeling van een kind even onontbeerlijk is als voedsel voor zijn lichamelijke ontwikkeling is, dan rechtvaardigt dat de veronderstelling dat een kind als afwijzing ondergaat: 'het negatieve verschil tussen wat het aan koestering nodig heeft op grond van zijn kwetsbare staat én wat het daarvan daadwerkelijk krijgt'. Kinderen die zich veel afgewezen hebben gevoeld ( een gevoel dat wij ons overigens als volwassenen zelden als zodanig herinneren) hetzij op grond van onprettige oudergezinsomstandigheden, hetzij op grond van een grote aangeboren kwetsbaarheid, hetzij, en dit is meestal het geval, op grond van een combinatie van milieu en aanleg, komen daarvan de effecten in het eigen gedrag tegen. Want wie in zijn jonge jaren te weinig veiligheid heeft gevoeld, zal zich ook in zijn latere leven onzeker en snel bedreigd voelen oftewel: afgewezen. Om daar iets aan te veranderen is het nodig dat wij voortdurend draden spannen tussen vroeger en nu. Het is dan ook belangrijk om niet alleen verstandelijk intelligent te zijn, maar ook te beschikken over een emotionele intelligentie d.w.z ons door inzicht in ons zelf het vermogen te verschaffen gevoelens die ons negatief parten spelen zodanig te hanteren dat we daar in ons dagelijks functioneren minder last van hebben.

 

Faalangst

Een duidelijk voorbeeld waarin de angst om afgewezen te worden naar voren komt, is faalangst. Deze angst die een symptoom aan de oppervlakte van ons doen en laten is, wordt gevoed door wat er zich in de diepte van ons gevoelsleven aan afwijzingsangsten bevindt. Natuurlijk is het zo dat we allemaal op zijn tijd wel eens wat nerveus kunnen zijn wanneer er een bepaalde klus geklaard moet worden. Maar wanneer onze faalangst er toe leidt dat we de dingen die we ons voornemen niet durven doen en tot onze schade laten liggen zodat we meer nalaten dan doen, dan wordt het tijd om eens bij ons zelf te rade te gaan en een draad te spannen tussen ons verleden en heden. Met de bedoeling een antwoord te krijgen op de vraag: waarom en voor wie of wat ben ik eigenlijk bang om te falen d.w.z. het risico te lopen te worden afgewezen. Lastig is ook dat een vaak voorkomende reactie op faalangstigheid een vorm van perfectionisme is. Dat perfectionisme dient dan om het gevoel van afgewezen te worden, te voorkomen. Een perfectionistische instelling is zeer vermoeiend voor de bezitter ervan. Een reden te meer om met behulp van zelfinzicht dat soort gedragingen te corrigeren.