Willem Abma

gesprekstherapeut

Jezelf voor de gek houden

Vaak houden we ons zelf voor de gek. Wij zijn er weliswaar levensgroot bij en toch gebeurt het. Overdekking door het tegendeel, zou je het kunnen noemen.

 

Doodmoe zat hij tegenover mij, een jonge gespierde kerel van éénentwintig jaar. Toen ik hem vroeg of hij aan sport deed, antwoordde hij dat hij tot voor kort kickbokste. Al zijn vrije tijd ging op aan trainen. Hij stond op het punt om aan officiële wedstrijden te gaan deelnemen. Met jou moet je geen ruzie krijgen, zei ik. Hij glimlachte. 'Laatst hebben ze mijn mountainbike gestolen. Maar die was gauw weer terug.' Hier en daar had hij in de buurt een paar verwensingen aan de dader laten vallen. Dat bleek genoeg. Hoewel hij in de verste verte geen idee had wie de fiets gestolen kon hebben, stond ie een paar dagen later weer achter huis. Er mankeerde geen schrammetje aan. 'Ze zijn bang voor je,'vroeg ik. Hij knikte. Hij praatte moeizaam. Gaandeweg bleek dat er tegenover mij een intelligente, gevoelige jongeman zat die mede gezien het milieu waarin hij opgroeide zich zelf had aangeleerd zowel zijn intelligentie als zijn gevoeligheid te verwaarlozen. De houding van stoerheid en krachtpatserij die het onder zijn kornuiten zo goed deed en hem veel prestige verschafte, liet hij langzaam varen. Hij moest ook wel, want de klacht waarmee hij bij mij verscheen, was dat hij zich af en toe zo grenzeloos moe voelde dat ie zijn werk niet kon doen. Hij was inmiddels op alles onderzocht, maar bleek lichamelijk kerngezond. Er was inderdaad niets aan de hand, behalve dat hij een belangrijk deel van zichzelf 'doorslikte', gewoon ontkende, verdrong. Ik zei hem  dat een mens behalve zijn lichaam en verstand waarmee hij respectievelijk handelt en denkt, gevoelens heeft en dat het zaak was die niet langer te verdringen, maar als het ware in het totaal van zijn functioneren te integreren. Daartoe was nodig ze te ontdekken en te leren voelen. Hij bleek leergierig op het gretige af. Duidelijk werd dat hij van jongsaf aan zijn angsten die er in velerlei opzicht waren had overdekt door stoerheid. Die enorme ontkenning door de jaren heen van zijn ware gevoelens vrat energie; had hem geleidelijk aan uitgeput. Lichamelijk had hij gecompenseerd wat hij gevoelsmatig had laten liggen tot dat ook die veerkracht gebroken was.

 

Bij veel mensen zie je dat schreeuwerigheid en stoerheid een diep gewortelde onzekerheid en angst overstemmen.

 

Overdekking door het tegendeel

Er zijn vele voorbeelden te noemen van het verschijnsel dat mensen overdekken door het tegendeel. Zo kan zachtmoedig gedrag gekunsteld zijn en dienen om gevoelens van agressie te verhullen. En wat te denken van die vrouw die steeds flinker op collega's overkwam tot dat ze instortte en eindelijk zichzelf en anderen haar kwetsbaarheid durfde te bekennen.

 

Een prachtig voorbeeld tenslotte wordt ons geleverd door David H. Malan in zijn onvolprezen boek 'Individuele Psychotherapie'. Een Amerikaanse vrouw die zich opwerpt als bestrijdster van alles wat vies en voos is, krijgt de leiding van een landelijk te voeren kuisheidscampagne. Na verloop van tijd ontwikkelt zich bij de vrouw een angst om op straat te verschijnen: agorafobie. De vrouw moet daarvoor in behandeling. Het resultaat is verrassend. De vrouw blijkt er zeer wellustige fantasieën op na te houden die haar zo sterk in hun greep hadden dat haar vrees om op straat te verschijnen een soort wanhoopspoging was om niet aan verleidingen bloot te staan. Met haar ferme kuisheidscampagne bestreed ze meer de wellust in zichzelf dan die van anderen. Een tamelijk sneue diagnose voor de dame waar heel Amerika van kon meegenieten. Maar laten wij niet te snel gniffelen. Het komt meer voor dat mensen die zich naar buiten toe op velerlei gebied als overijverig presenteren, naar binnen toe uitgesproken lui zijn. Ze weigeren om af en toe eens een blik bij zich zelf naar binnen te werpen; om zichzelf eens duchtig en kritisch onder de loep te nemen. We gaan, zoals een al wat oudere cliënt het zo treffend verwoordde, te vaak innerlijk op vakantie. Laten wij hopen dat we, mocht het zo ver met ons zijn, ons zelf de tijd gunnen thuis te komen.