Willem Abma

gesprekstherapeut

Literair

Gerben Willem Abma is op 12 juli 1942 in Folsgare geboren. Hij was het jongste kind in een groot orthodox  boerengezin. Abma studeerde rechten in Utrecht, theologie in Groningen en deed, nadat hij verschillende baantjes had gehad, in 1974 zijn doctoraal examen theologie. Hij is jarenlang leraar geweest in het voortgezet christelijk onderwijs te Leeuwarden. Sinds 1987 werkt hij als psychotherapeut in Drachten. Hij bouwde een praktijk voor gesprekstherapie op naast zijn schrijverschap, waarvoor hij enkele jaren een beurs ontving van het Fonds voor de Letteren. Willem Abma is redacteur geweest van Alternatyf, Operaesje Fers en Trotwaer. 

 

In 1973 kreeg hij de Gysbert Japicxprijs voor zijn eerst drie dichtbundels. Hij publiceerde die onder het pseudoniem Daniël Daen.

 

In dat vroege dichtwerk werd het algemeen menselijke gewaardeerd, dat verder reikt dan het moment. Het werk is erg persoonlijk en net als bij de meeste dichters gaat het over de eigen gevoelens, emoties, herinneringen, gedachten en ideeën. Als dichter Daniel Daen behandelt Abma grote thema’s zoals leven en dood, liefde en het menselijk tekort, het geloof en de maatschappij in zijn verzen. De gedichten hebben iets wijsgerigs door de beelden en verwijzingen naar de bijbel, mythen en de filosofie van de oudheid. Al dichtend probeert de dichter helderheid te krijgen over zijn identiteit, zijn verhouding tot de medemens en zijn plaats op aarde.  Daarna kwam er meer ruimte voor andere zaken en toonde hij in zijn literaire werk meer engagement. De toon in de latere gedichten is milder geworden, de verzen zijn begrijpelijker, minder typisch Daniël Daens.

 

Na een tiental poëziebundels onder pseudoniem kwam Abma in 1980 met En it barde  onder eigen naam en daarna met een serie romans die hij ook onder zijn eigen naam liet verschijnen. De eerste, In Satansbern (1981), laat dezelfde worsteling met de eigen identiteit zien als de eerste dichtbundels. Zijn romanpersonage Wibren Hiddema moet zich, net als Abma zelf, los vechten en bevrijden uit het ouderlijk milieu, dat gedomineerd wordt door een streng religieuze vader. Een soortgelijke achtergrond heeft ook Heerd Hissema, aan wiens ontwikkeling Willem Abma niet minder dan vier psychologische romans gewijd heeft: De Oantaasting (1983), De Roekkat (1986), It byldsje (1988) en It Orakel ( 1990). In In Satansbern en in zijn tweede roman, De Klinyk (1982), waarin hij een ziekenhuisopname behandelde, experimenteerde de schrijver nog met de vorm door zijn verhaal in verschillende stromen te vertellen. In de Heerd Hissema-cyclus stelde hij zich eerst als een auctoriale, alwetende verteller op. In latere delen gebruikte hij naast de gewone vertelvorm ook brieven en in It orakel zijn 39 heteronieme gedichten opgenomen die met elkaar de bundel Nei Delphi  (Naar Delphi) vormen. Deze bundel is zogenaamd geschreven door Heerd Hissema onder diens schrijversnaam Hisse Heeroma. Abma gebruikte die om nog meer van het innerlijke leven van zijn romanfiguur te kunnen laten zien.

 

De veelzijdigheid en de productiviteit van deze auteur blijkt uit het feit, dat na de serie romans waarin hij de ontwikkeling van een in zijn kinderjaren gekneusd jongetje tot aan de volwassenheid beschrijft, van Willem Abma nog een sleutelroman over zijn tijd als leraar (Freonen ûnder elkoar), een bundel reisverhalen (In nacht yn de Andes)en toneelwerk (Trije ienakters en in monolooch )  verschenen zijn, allemaal in 1993. In de roman De mafiaman (1995) heeft Abma voor het eerst gekozen voor romanfiguren die volledig bedacht zijn. Het zijn geen afsplitsingen van de schrijver en ook geen mensen die hij kent, zoals in zijn sleutelroman. In De Mafiaman wordt een psychopaat beschreven die dwangmatig zijn naasten het leven zuur maakt.

 

Het schrijven van poëzie is doorgegaan in de jaren dat Abma zich het meest als prozaschrijver presenteerde. In zijn latere bundels die de felheid van de eerste missen, spreekt hij zich uit over maatschappelijke misstanden, maar ook over liefde en vriendschap (met name in de bundel Dieden  uit 1986), het afscheid van zijn ouders (Dea fan de moskefrou uit 1987 en Moeting   uit 1994) en de zin van zijn bestaan (in Bist noait wa’st wieste uit 1978, dat net als Dea fan de moskefrou eerst bibliofiel is uitgegeven maar dat later integraal is opgenomen in de bundel Moeting). In de bundel Moeting (1994) zijn voor het eerst, naast eigen verzen die meer contemplatief zijn, ook vertalingen van het werk van buitenlandse dichters gepubliceerd en daarnaast gedichten die gemaakt zijn naar aanleiding van hun werk. De critici hadden voor dat nieuwe genre, waar Abma zich op toegelegd heeft, over het algemeen wel waardering. Albertina Soepboer prees in Trotwaer (1994, pagina 75) de vertaler omdat hij dichtbij de stijl en de toon van zijn voorbeeld was gebleven.

 

Willem Abma is een schrijver die heeft laten zien dat de uitspraak dat een ongelukkige jeugd een mooie bron van inspiratie zijn kan, waar is. Nu hij het thema van het losmaken van het ouderlijk milieu en het vinden van een eigen identiteit van alle kanten bekeken en op allerlei manieren behandeld heeft, zoekt hij naar nieuwe thema’s.’ (www.sirkwy.nl)

 

Zijn meest recente bundel Inerlik ferskinen (Bornmeer 2010) lijkt een soort slotakkoord te zijn. De toonzetting van de meeste gedichten is rustig en bespiegelend, een paar uitzonderingen daargelaten. Verzoening in plaats van opstandigheid, gelijkmatigheid in plaats van woede. De poëtische cirkel van het dichtersleven van Abma schijnt rond te zijn.

 

Op zijn 70ste verjaardag, 12 juli 2012, verscheen de brede bloemlezing Troch eigen lânskip (Wijdemeer 2012), met een keuze uit 45 jaar poëzie van Daniël Daen en Willem Abma. De bundel laat de ontwikkeling van het dichterschap van Willem Abma zien: van de vroege opstandige gedichten naar de latere beschouwende gedichten. De verzamelbundel is voorzien van een inleiding van de hand van Prof.dr.Ph.Breuker.

 

In juli 2013 verscheen de kleine tweetalige bundel Onbedoeld, de dichter als pastor. Hierin zijn twaalf gedichten opgenomen uit Troch eigen lânskip naast de vertaling ervan door Sytze de Vries, schrijver van vele liedteksten van het nieuwe Liedboek voor de kerken.

 

Foto: Tresoar / Haye Bylstra